| Openbaring van de Heer Jezus Christus aan Johannes | |||||||||||
| voor de gemeente uitgelegd | |||||||||||
| Dr. S.Geydanus, 1908 | |||||||||||
| Uittreksel anno 2011 | P.Hessel | ||||||||||
| Hoofdstuk 7 | verzen | 1 tot 17 | pagina's | 255 tot 278 | |||||||
| Bewaring van vrijgekochten. | |||||||||||
| Voordat een verder beeld gegeven wordt van alle smarten en plagen die de mensen zullen treffen wordt in hoofdstuk 7 | |||||||||||
| gemeld dat de gelovigen zullen worden behouden. Visioen 1 vers 1 tot 8 spreekt over de toestand op aarde en geeft | |||||||||||
| gezicht op de veiligstelling van een specifieke groep gelovigen. Visioen 2 vers 9 tot 12 "speelt" in de hemel en omvat alle | |||||||||||
| vrijgekochten. | |||||||||||
| vier engelen | Vier omvat de hele wereld. | (mogelijk de vier wezens uit hoofdstuk 4 ? Noot PH) | |||||||||
| vier winden | Alle verdervende krachten op de wereld. | ||||||||||
| andere engel | Vertegenwoordigt meerdere engelen die komen verzegelen. | ||||||||||
| uit het oosten | Als een bode van licht. | ||||||||||
| luide stem | Het moet over de hele aarde worden gehoord. | ||||||||||
| zijn dienaren | Er is blijkbaar een bepaalde bijzondere dienstvaardigheid. | ||||||||||
| laat nog ongemoeid | Het veilig stellen van dienaren gaat vooraf aan het oordeel. Gaat vooraf aan de historie. | ||||||||||
| het zegel van onze God | Een geestelijk teken dat beschermt tegen het kwaad. Beschermt de uitverkorenen | ||||||||||
| tegen de satan. | |||||||||||
| 144 duizend | De volheid van Israel: 12 x 12 x 1000 De getallen zijn symbolisch. Twaalf is het getal | ||||||||||
| voor de kerk, 1000 staat voor volkomenheid en uitgestrektheid. | |||||||||||
| uit elke stam van Israel | Niet speciaal doelend op Joden, maar op de kerk in totaliteit. | ||||||||||
| De 144.000 zouden extra voortreffelijken zijn in dienst aan God, met name martelaren. | |||||||||||
| Noot van PH.: Het zou toch vreemd zijn wanneer de andere gelovigen niet zouden zijn verzegeld. Die dragen meestal al | |||||||||||
| het teken van de doop. Ook zou het nieuw zijn dat er in twee groepen geselecteerd zou worden op voortreffelijkheid. | |||||||||||
| Het blijft heel moeilijk om dit goed te begrijpen. Vers veertien spreekt van de onafzienbare menigte in het wit, zij die uit de | |||||||||||
| grote verdrukking komen.In hoofdstuk 14 wordt gezegd dat 144.000 van de aarde zijn vrijgekocht. Er moet dus | |||||||||||
| vermoedelijk toch gedacht worden aan de symbolische aanduiding van heel het tal der verlosten. De tekening van de | |||||||||||
| stammen van Israel kan bedoeld zijn om de verkiezing van het oude bondsvolk aan te geven, waarop de anderen geënt zijn. | |||||||||||
| onafzienbare menigte | Dit nieuwe visioen toont de hemel en het gaat hier zeker over alle verlosten. | ||||||||||
| die niet te tellen was | Ontelbaar als aanduiding van geweldige grootte, niet letterlijk te nemen. | ||||||||||
| alle landen en volken | Internationaal, wereldbreed, van alle tijden | ||||||||||
| elke stam en taal | |||||||||||
| witte klederen | Een priesterlijk gewaad, rein, rechtvaardig, heilig. | ||||||||||
| palmtakken | Teken van overwinning. | ||||||||||
| luid riepen zij | Geweldig in aantal en vol van Geest-drift brengen zij een krachtige lofzang. Dit roepen | ||||||||||
| komt terug in 12 vers 10 en 19 vers 1. | |||||||||||
| alle engelen | De engelen waren nergens anders meer nodig, ze zijn er allemaal. | ||||||||||
| stonden | klaar voor actie, vol ontzag, een geweldige erewacht. | ||||||||||
| aanbaden | Hier geen smeken maar aanbiddende lofprijzing en dankzegging. | ||||||||||
| een van de oudsten | In pastorale hulpvaardigheid verwoordt hij de vraag die bij de verbaasde Johannes | ||||||||||
| opkomt. | |||||||||||
| grote verdrukking | Niet alleen de eindtijd maar van alle tijden en plaatsen. Het zuchten onder het juk van | ||||||||||
| satan, de wereld en het eigen vlees, moeizame strijd tegen de zonde. | |||||||||||
| kleren wit gewassen in het | Er wordt geen eigen actie bedoeld maar een voortdurende wederkeer tot Christus in | ||||||||||
| bloed van het Lam | gelovige gehoorzaamheid. | ||||||||||
| staan voor Gods troon | Vrijgesproken mogen zij overeind blijven in de liefelijke heerlijkheid van God en | ||||||||||
| Christus. Ze staan klaar voor dienstbetoon, onbekwaam tot enig kwaad en geneigd | |||||||||||
| tot alle goed, geschikt en bevoegd nu om God te eren. | |||||||||||
| zal bij hen wonen | God kan hen nu verdragen en zij zijn niet bevreesd voor Zijn heiligheid. Zij vormen nu | ||||||||||
| de tempel waar God in woont. | |||||||||||
| het Lam zal hen hoeden | De God des heils zal hen tot herder wezen (Psalm 23). | ||||||||||