Openbaring van de Heer Jezus Christus aan Johannes

voor de gemeente uitgelegd
Dr. S.Geydanus, 1908

Uittreksel anno 2011 door P.Hessel



Openbaring geeft geen chronologisch verslag van wat er gaat gebeuren.

Velen menen dat Openbaring van hoofstuk tot hoofdstuk in chronologische volgorde de toekomstige gebeurtenissen beschrijft. Dat is niet juist. Bepaalde dingen vertellen over wat in het verleden al is gebeurd. Andere delen beschrijven vanuit verschillende gezichtshoeken de toekomstige gebeurtenissen. Het is uiterst belangrijk dit te begrijpen. Alle menselijk narekenen en afvinken voert ons weg van de rijkdom van de profetie. Ik laat hier een citaat van Greydanus volgen ter toelichting. Het is overgezet naar moderner nederlands en verkort ter wille van de lezer. Verstandig is dit uiterst liefdevolle en gelovige boek van Greydanus zelf te lezen.

Citaat bladzijde 185/186:
    Daarom is het verkeerd om wat in de hoofdstukken 4 tot 22 van Openbaring gegeven wordt op te vatten als beschrijving van gebeurtenissen die zich achtereenvolgens afwikkelen. Wij zouden dan steeds kunnen nagaan hoever de vervulling is gevorderd en kunnen proberen te voorspellen wat er nog gebeuren moet. Deze visioenen volgen echter niet op elkaar in volgorde van tijd, maar duiden elk groepen of partijen uit de machtige worsteling aan zoals die in elke periode (tijdperk) terugkeren.
    Wanneer Johannes schrijft "hierna had ik"of "toen zag ik" geeft dit wel de volgorde aan waarin hij de dingen zag, maar niet dat eerst gebeurd was wat hij al gezien had. Er is in de hoofdstukken 4 tot 6 al de gehele toekomst beschreven. In de hoofdstukken 7 tot 22 wordt een rijke verscheidenheid aan gezichtspunten aangeboden. Het verplaatst ons beurtelings in het paleis van onze God, waar het boek met de zegels ontsloten wordt en op aarde midden in de bange benarring van de strijd.
    Het stelt ons het woelen van de vijand voor ogen in wat draak en beest en beeld en hun aanhang teweeg brengen. Het laat ook de verschrikkelijke gevolgen van Gods toorn zien op aarde en in heel het zichtbare heelal. Het schildert ook de de worstelingen die de kerk doorleeft. Tot onze troost wordt ook voor ogen gesteld met welke koninklijke majesteit Christus, omstuwd door zijn engelen, in de strijd optrekt. Het schildert verder de verademing en vertroosting die Gods volk voortdurend ontvangt en hoe het met zijn Koning betrokken is bij de overwinning.
    Het tekent ons de uiteindelijke ontknoping, waarin Christus in overweldigende majesteit boven alles wat gebeurde uitstijgt. Uiteindelijk daalt het hemelse Jeruzalem neer en wordt de belofte van God geheel vervuld.