E. ER IS NATUURLIJK MAAR ĖĖN GOD!.

Wanneer wij de Bijbel serieus nemen blijkt duidelijk dat er slechts één almachtige God is. Geen goden voor deelterreinen van het leven (Grieken, Romeinen, Germanen). Ook geen regionale of tijdgebonden goden.

Tot zover kan het menselijk begrip nog wel komen. Als God almachtig is vloeit daaruit voort dat er maar één God kan zijn. Wanneer wij nu echter proberen om uit de Bijbel te begrijpen wie God dan is, ontstaan grote moeilijkheden. Het begrip van de gevallen mens is geheel onvoldoende om te bevatten wat wij lezen. Gelukkig kunnen wij het wel aanvaarden, wanneer wij in nederigheid buigen voor wat ons wordt gezegd. God is eeuwig, alomtegenwoordig, onstoffelijk, licht, goed, rechtvaardig, liefdevol, barmhartig, vol genade en waarheid, schepper en onderhouder van al wat is, heilig, onveranderlijk, trouw, reagerend op ons bidden. Niets daarvan kan ik echt begrijpen, maar er ontstaat wel weerklank in mijn hart. Tot hiertoe zijn er ook geen wezenlijke conflictpunten met de islam.

Nog veel moeilijker te begrijpen is hoe God zichzelf openbaart in relatie tot ons mensen. Hij heeft ons gemaakt, Hij wil ons verlossen van zonde en dood. Hij wil ons heilig maken en als kind adopteren. Wij komen dan tot het raadsel van de drie-eenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. Voor menselijk begrip is er hier sprake van een onmogelijkheid, het kan niet worden begrepen. Moslims weigeren dan ook absoluut om deze God te aanvaarden. Zij kennen slechts een eisende god (en zijn profeet). Laten wij daar niet uitsluitend negatief op reageren, maar proberen uit te stralen hoe groot de liefde van God is. De schepping van de mens wordt in ultieme zin uitgevoerd door de ene God die met zichzelf te rade gaat en besluit zich van kinderen te voorzien (Genesis 1 : 26, 1 Johannes 3 : 1). Drie aparte personen, maar toch één God, houden zich bezig met de formatie van de mens, de verlossing van de gevallen ambtsdrager en de geboorte van de kinderen van God. Moslims kunnen niet accepteren dat God kinderen zou hebben. Dat zou volgens hen afdoen aan zijn almacht en zijn heiligheid. Zij zien kinderen als iets uit het vlees; kinderen uit de Geest kennen zij niet. Allah heeft geen kinderen maar knechten. De God van de Bijbel benut zijn liefde en almacht juist om zichzelf van kinderen te voorzien. Dat is wat Hem door de eeuwen heen heeft bezield en wat ook zonder enige twijfel door Hem zal worden bereikt. Het wordt aangeboden aan alle mensen, aan blank en zwart, arm en rijk, geleerd of ongeschoold, christen en moslim, Amerikaan en Arabier, man en vrouw, ziek of gezond. Allen die vermoeid en belast zijn en tot Jezus gaan zullen rust krijgen (Matteus 11) en ieder die klopt zal worden opengedaan (Matteus 7). Het wordt verkregen door ieder die zich overgeeft aan de liefdevolle scheppende werking van de Drie-enige God.

Deze God vraagt zeker gehoorzaamheid, maar allereerst liefde en dan gaan wij luisteren, gemotiveerd door liefde. Hij begint ook zelf om zijn liefde voor alle mensen te bewijzen door zelf als mens te komen doen wat wij niet wilden; volkomen liefde en gehoorzaamheid. Christus toont ons God in al zijn lokkende liefde. Wanneer wij daarop geen antwoord willen geven, kan de Geest niet in ons werken en kunnen wij nimmer kinderen van God worden in ware gerechtigheid en heiligheid. Reageren wij op de liefde van God door ons tot hem te bekeren en zijn wil na te streven dan zal de Geest maken dat wij steeds opnieuw naar God terugkeren. Er komt een soort positieve feedback waarbij wij dichter bij onze Schepper komen in de naam van Christus, geheiligd door zijn bloed en gedreven door de Geest. Uiteindelijk zullen wij door de drie-enige God worden herschapen in ware gerechtigheid en heiligheid. Er komt dan geen relatie van meester en slaaf maar een volmaakte liefdevolle harmonie waarbij er nooit meer enige wens in ons hart opkomt om tegen onze God in te gaan. Dan worden de zonen van God openbaar waarover Paulus spreekt in Romeinen 8. De hele schepping wacht daarop. Pas dan is de schepping van de mens voltooid en het besluit “laat Ons mensen maken, die op Ons lijken” geheel uitgevoerd. De nieuwe mens is dan door de gezamenlijke werkzaamheid van alle drie de personen van het Goddelijk Wezen geboren. De hele Bijbel van Genesis tot Openbaring spreekt daarover. De hele Schrift is scheppingsoorkonde.

Wij kunnen de heilige Drie-eenheid nooit begrijpen. We moeten ook niet denken dat de volte van God daarmee is uitgeput. Deze drie personen spelen samen bij de schepping van de mens. Het geeft ons een beeld van de God die een verbond wil sluiten met de mens. Het gaat daarbij om de relatie tussen God en mens gedurende de scheppingsperiode. Daarover spreekt de Bijbel, die ons de volkomen weg naar zaligheid wijst. God is echter niet in menselijke beelden te vangen en daar niet toe te beperken. Vader, Zoon en Geest zijn samen bezig met ons en de openbaring in de Bijbel tracht ons op voor ons verstaanbare wijze te verklaren hoe onze relatie tot onze God is, die ons liefdevol naar zijn doel leidt.

Wanneer wij absoluut niet willen, krijgen wij ten slotte te maken met God de Wreker en is er voor ons geen toekomst. Zijn wraak is niet kwaadaardig. Hij laat het onwillige schepsel tenslotte over aan zich zelf. De vloek bestaat hieruit dat het leven dan echt god-loos zal zijn, omdat Hij zich tenslotte afwendt en aan de onwilligen voorbij gaat.

In de eindtijd zal de eis worden gesteld dat ieder een totalitaire god accepteert, verkondigd door een profeet (Openb. 13 en 19 : 19 - 21.) Er zal niet om liefde worden gevraagd, maar om complete onderwerping. Er kan geen misverstand over zijn dat dit niet de God van liefde en genade is, maar zijn tegenstrever. Deze god zal opnieuw trachten het werk van de Drie-enige te doorkruisen. Zijn macht zal zeer groot blijken te zijn en geen mens zou kunnen worden behouden wanneer die dagen niet zouden worden verkort. Het kwaad zal vol worden. Onze God heeft echter nooit iets te vrezen van de satan. De Schepper staat boven het schepsel. Op Golgotha is dat volstrekt afdoende aangetoond en ook aan het eind van de scheppingsronde staat de Drie-enige garant voor onze redding, herschepping en volmaking. De vaste beloften van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest bij de doop gegeven blijven te allen tijde geldig. Ieder die zich daaraan vastklampt is veilig.

Velen denken dat het de islam is die in de eindtijd de grote dwang op de mensheid zal uitoefenen, met Jeruzalem als centrum. Zolang de islam zich tegen Christus blijft verzetten is zij inderdaad zeker antichristelijk. Ook is de islam fundamenteel dwingend van karakter. De moslim heeft een geheel andere relatie met Allah dan de volgers van Christus met God de Vader. Allah is de heerser, geen vader. Hij vraagt volstrekte onderwerping geen medewerking, gehoorzaamheid geen liefde. Hij schept geen mens die op hem lijkt. De mens blijft een slaaf, geen profeet, priester en koning. De hemel is “een gaarde van geneugt” en houdt de mens gebonden aan het aardse in zelfbevrediging. De islam biedt de mens geen wezenlijke verlossing, daarvoor moet je bij Christus zijn. Wie de geschiedenis van het Midden Oosten kent en wat de Bijbel ons daarover heeft geleerd, zal ook zeker scherp letten op de ontwikkelingen daar.

Het is echter gevaarlijk om alleen de Islam als dreiging te zien. De satan is uiterst geraffineerd en heeft ongetwijfeld meerdere pijlen op zijn boog. Christus zelf zegt ons in Matteus 24 : 4 “Want er zullen velen komen die mijn naam gebruiken en zeggen: “Ik ben de messias”, en ze zullen vele mensen misleiden”. Het is ook uiterst belangrijk om niet groepen misleide mensen als vijanden te zien, maar de satan die hen misleidt en die ook in ons hart actief is. Laten wij bidden dat God in zijn genade vele moslims, orthodoxe joden, vrijzinnige christenen, onberouwelijke kerkmensen, atheïsten, boeddhisten etc. etc. tot Christus zal voeren.

Mensen zijn niet onze vijanden. Zo simpel is het niet. Het zijn juist onze medeschepselen. Ons wordt niet gevraagd hen te doden maar om hen lief te hebben als onszelf. Tegen hen heeft ook Christus niet gevochten, maar Hij is voor hen allen gestorven en heeft de satan overwonnen. Hij bad voor hen die hem kruisigden (Lucas 23 : 34). Zijn doel was mensen te verlossen en Hij verdroeg tijdens zijn leven op aarde daartoe de zondaren. Hij zocht voor hen eeuwig leven en niet de dood. Laten wij dus, voor zover het in onze macht ligt, alles in het werk stellen om met alle mensen in vrede te leven (Romeinen 12 : 18). Alle mensen hebben één gezamenlijke vijand: de satan.

Iedere overheid heeft wel de plicht zijn burgers te beschermen en daarbij kan gewapend optreden soms nodig zijn. Uiteindelijk zal er slechts één zelfgeproclameerde overheid zijn; de antichrist. In de eindtijd zal het dus zeker gelden dat de dreiging niet met geweld kan worden afgeweerd, maar door de Geest van God. Wij hoeven zelfs niet van te voren te bedenken wat wij zullen moeten zeggen, want de Geest zal door ons spreken (Lucas 12 : 12). Hoe bestaat het!?!?