| Openbaring van de Heer Jezus Christus aan Johannes | ||||||||||
| voor de gemeente uitgelegd | ||||||||||
| Dr. S.Geydanus, 1908 | ||||||||||
| Uittreksel anno 2011 | P.Hessel | |||||||||
| Hoofdstuk 5 | verzen | 1 tot 14 | pagina's | 204 tot 222 | ||||||
| Het Lam staande als geslacht. | ||||||||||
| degene die op de troon zat | Het beeld van een mens geeft God weer. Hoofdst. 4 gaf aan dat de gestalte | |||||||||
| versluierd is. Geen mens kan God zien en leven.Vergelijk Ezechiel 1 vers 26: | ||||||||||
| gestalte als van een mens. | ||||||||||
| boekrol aan beide zijden beschreven | Aanduiding van de volheid van het raadsbesluit. Heel de wereldgeschiedenis | |||||||||
| is reeds vastgelegd in de vorm van een testament. | ||||||||||
| met zeven zegels verzegeld | Geeft de hoogte ernst en betekenis aan. Opening is voorbehouden aan de | |||||||||
| enige rechthebbende, de erfgenaam. | ||||||||||
| machtige engel met luide stem | De roep moet in heel het heelal gehoord worden. Er mag geen mogelijkheid | |||||||||
| zijn om de rechtskracht van het komende te betwisten. | ||||||||||
| niemand in de hemel of op aarde of | Geen engel, geen levend mens, geen gestorvene. | |||||||||
| onder de aarde | ||||||||||
| een van de oudsten | Hoog geplaatste ambtsdrager komt de gelovige Johannes troosten. | |||||||||
| de leeuw uit de stam van Juda | Hier is de benodigde kracht en het erfrecht. | |||||||||
| telg (wortel) van David | Nadere aanduiding van erfrecht vanwege belofte. Wortel laat ook zien dat in | |||||||||
| geestelijke zin David ten dienste en vanuit Christus is opgetreden. | ||||||||||
| heeft de overwinning behaald | Satan heeft verloren en kan geen bezwaar maken dat de mens als erfgenaam | |||||||||
| van God op mag treden. | ||||||||||
| lam staan alsof het geslacht was | De overwinning is behaald door Christus in volkomen opoffering. Het lam | |||||||||
| staat, is vol kracht en leven, sterker dan een leeuw. | ||||||||||
| zeven horens | Teken van kracht uit de volheid van de Heilige Geest. | |||||||||
| zeven ogen | Teken van het alomvattend weten, volle goddelijke kennis. | |||||||||
| het lam ging | De wil van de Vader wordt volbracht, in gehoorzaamheid aan de oproep, door | |||||||||
| Hem die van euwigheid af daartoe geroepen was. Hier ben ik, over mij is in de | ||||||||||
| boekrol geschreven (Psalm 2 vers 8). | ||||||||||
| ontving de boekrol uit zijn rechterhand | De bevoegdheid wordt erkent door God, de boekrol eervol gegeven. | |||||||||
| vier wezens en 24 oudsten | De gehele schepping. | |||||||||
| wierpen zich neer | Volle aanbidding, instemming, overgave. | |||||||||
| lier | Voorloper van harp, voor tokkelmuziek als begeleiding van vreugdezang. | |||||||||
| gouden schaal met wierook | aan de gebeden van de heiligen wordt grote waarde gegeven, ze zijn lieflijk. | |||||||||
| heiligen | Vrij van schuld door het bloed van het Lam. | |||||||||
| gebeden | Met name de aanbidding in lofprijzing (gezien het verband). | |||||||||
| landen en volken, van elke stam en taal | Het viertal woorden drukt op zich reeds de volte van de wereld uit. | |||||||||
| priesters | Heel de aarde wijdend aan de lof van God. | |||||||||
| tienduizend maal tienduizend | Tienduizend was het grootste getal waarmee men in die tijd telde. Het | |||||||||
| betekent de grootst denkbare hoeveelheid. | ||||||||||
| duizend maal duizend | En nog talloos veel meer. | |||||||||
| macht, rijkdom en wijsheid en alle | Zeven aanduidingen die de heilige volheid van eigenschappen voor het | |||||||||
| kracht, eer, lof en dank | koningschap aangeven. Dit is het doel van het openen van het boek. | |||||||||
| elk schepsel | De zang wordt versterkt door heel de schepping. Vier plaatsaanduidingen | |||||||||
| geven de volheid van heel de aarde aan. | ||||||||||
| die op de troon zit en het Lam | De Vader en de Zoon ontvangen samen eer. | |||||||||
| de dank, de eer, de lof en de macht | Vier aanduidingen voor de lofzang van de schepselen der aarde; vier is het | |||||||||
| getal voor de volle schepping. | ||||||||||
| De lofzang heeft vier stadia | Vier wezens en 24 ouderlingen met de lofbeden van de kerk (vers 9 tot 10). | |||||||||
| Alle legioenen van engelen (vers 11 tot 12). | ||||||||||
| De gehele schepping (vers 13). | ||||||||||
| Antwoordzang en bevestiging door de vier wezens en de oudsten (vers 14). | ||||||||||
| De ontzegeling van het raadsbesluit begint met de lofzang van al wat is voor God en zijn Christus. | ||||||||||
| Daarop loopt de ontzegeling aan het eind van Openbaring ook uit. Grote kosmische jubel in liefdevolle harmonie. | ||||||||||