| Openbaring van de Heer Jezus Christus aan Johannes | ||||||||||
| voor de gemeente uitgelegd | ||||||||||
| Dr. S.Geydanus, 1908 | ||||||||||
| Uittreksel anno 2011 | P.Hessel | |||||||||
| Hoofdstuk 20 | verzen | 1 tot 15 | pagina's | 496 tot 515 | ||||||
| Satan gebonden en losgelaten. | vers 1 tot 10 | |||||||||
| Dit hoofdstuk volgt niet in chronologische volgorde op 19 maar loopt er parallel aan. Het gaat in dit hoofdtuk om het | ||||||||||
| schilderen van de ten aanval komende, niet christelijke volken, terwijl in het voorgaande met name getekend is hoe de | ||||||||||
| volken die eens gekerstend waren door false profetie ten val werden gebracht. | ||||||||||
| greep de draak..en ketende hem | De engel beperkt, in opdracht van God, de mogelijkheden van satan voor een | |||||||||
| bepaalde tijd. Wel houdt de satan toegang tot de harten van de mensen. | ||||||||||
| gooide hem in de diepte | De onderwereld als symbolische verblijfplaats der duivelen. | |||||||||
| zware ketenen | Zinnebeeldig voor een krachtige belemmering van satan | |||||||||
| duizend jaar | Volkomen door God vastgestelde tijdsduur (10 x 10 x 10). Die tijd is bestemd | |||||||||
| voor de ontplooiing van het christendom. Zij loopt af wanneer de gekersten- | ||||||||||
| de volken zich tot afval van God laten verleiden. | ||||||||||
| opdat de volken niet meer door hem | De heiden volken kunnen niet masaal optrekken tegen Israel (de kerk). | |||||||||
| misleid zouden worden | ||||||||||
| korte tijd worden losgelaten | De volken zullen dan opgezweept worden tegen de eens christelijke wereld. | |||||||||
| ook zag ik tronen | Die daarop zitten hebben een bepaalde rol in de wereldregering gedurende | |||||||||
| de kerstening. | ||||||||||
| zielen | Zij zijn nog niet lichamelijk herschapen maar leven wel. | |||||||||
| de eerste opstanding | Allen die in Christus ontslapen zijn worden terstond als ziel verlost. | |||||||||
| de andere doden | De ongelovigen worden geen levende zielen. | |||||||||
| de tweede dood | Eeuwige vervloeking door God. | |||||||||
| hij brengt hen voor de strijd bijeen | Pas wanneer God hem daartoe laat loslaten. Satan is slechts instrument. | |||||||||
| Gog en Magog | De heidenvolken, zie Ezechiel 38 en 39. | |||||||||
| kamp van de heiligen | Zinnebeeldig voor de restanten van het christendom. | |||||||||
| de geliefde stad | Jeruzalem, vooral weer zinnebeeldig voor de verblijfplaats van de | |||||||||
| christenen. | ||||||||||
| over de hele breedte van de aarde | De aanval op de christenen zal massaal zijn. | |||||||||
| vuur daalt neer van de hemel | De wederkomst van Christus. | |||||||||
| duivel in poel gegooid bij het beest | Nu zijn er geen tegenstanders meer te vrezen. | |||||||||
| en de valse profeet | ||||||||||
| dag en nacht worden gepijnigd tot | Als sublimaties van wat kwaad is zullen zij elkaar kwellen. God geeft hen | |||||||||
| in eeuwigheid | over aan zichzelf en elkaar en weigert hen, die tegen hem in verzet kwamen, | |||||||||
| ieder kontakt met zijn liefde, goedheid, waarheid en heiligheid. | ||||||||||
| poel van vuur en zwavel | Geen stoffelijke vuur. Pijnlijk en benauwend, zonder hoop | |||||||||
| De doden geoordeeld in het eindgericht. | vers 11 tot 15 | |||||||||
| grote troon | De troon van de Allerhoogste voor gericht over alle mensen van alle tijden. | |||||||||
| witte troon | Als wit marmer ten teken van heiligheid en rechtvaardigheid. | |||||||||
| hem die daarop zat | Daarvan kan en mag Johannes geen beschrijving geven. | |||||||||
| aarde en hemel vluchten van hem | Er komen veranderingen nu de Eeuwige op gaat treden. | |||||||||
| weg en verdwenen in het niets | ||||||||||
| doden, jong en oud | De hele mensheid. | |||||||||
| boeken geopend | Als beeld dat alles van ieder bekend is, de geheugenbank (consciëntie) van | |||||||||
| ieder. Zie art 37 NGB. Ieder blijkt schuldig. | ||||||||||
| boek des levens | Bevattende de namen van hen die in Christus gerechtvaardigd zijn en door | |||||||||
| de Heilige Geest herboren. | ||||||||||
| de zee stond de doden af, en ook de | Allen worden opgewekt. | |||||||||
| dood en het dodenrijk stonden hun | ||||||||||
| doden af., | ||||||||||
| geoordeeld naar zijn daden | Ieder zou worden veroordeeld ware het niet dat, wie zich in Christus heeft | |||||||||
| gehuld, wordt vrijgesproken op grond van de gehoorzaamheid van Christus. | ||||||||||
| de dood en het dodenrijk werden in | Beeldspraak om aan te geven dat er geen dood meer zal zijn, absolute | |||||||||
| de vuurpoel gegooid. | uitschakeling. | |||||||||
| de tweede dood: de vuurpoel | Afgewezen door God de bron van alle leven. | |||||||||