| Openbaring van de Heer Jezus Christus aan Johannes | |||||||||||
| voor de gemeente uitgelegd | |||||||||||
| Dr. S.Geydanus, 1908 | |||||||||||
| Uittreksel anno 2011 | P.Hessel | ||||||||||
| Hoofdstuk 1 | verzen | 9 tot 20 | pagina's | 67 tot 101 | |||||||
| Visionaire verschijning van de Heer als priesterkoning. | |||||||||||
| De Heer openbaart zich in Openbaring door verschijning, door woord en door daad. Dit deel geeft de verschijning. | |||||||||||
| Patmos | Patmos was volgens Plinius een verbanningsplaats van het romeinse rijk. | ||||||||||
| "ïk hoorde een luide stem" | Het Woord gaat aan verschijning vooraf en bereidt voor op overweldigende heerlijkheid | ||||||||||
| bazuin | werd gebruikt voor signalen, bekendmakingen met name in de oorlog | ||||||||||
| Johannes krijgt voor het eigenlijke visioen begint te horen wie tegen hem spreekt en wat zijn opdracht is. | |||||||||||
| in een boek | De Openbaring is één geheel, de gehele boodschap geldt voor alle gelovigen | ||||||||||
| zeven kandelaren | De zeven gemeenten van de Mensenzoon. Verschillen met kandelaar in tabernakel. De | ||||||||||
| gemeenten hebben zelfstandigheid, verbonden door de hand van Christus (1). | |||||||||||
| in het midden (daartussen) | De kandelaren vormden blijkbaar een cirkel met Christus als middelpunt (2). | ||||||||||
| Geen scheiding meer tussen Israel en de volken, openheid naar alle zijden | |||||||||||
| De zeven gemeenten staan zinnebeeldig voor de hele kerk van het N.T. | |||||||||||
| De mensenzoon vertoont door hen Middelaarsglorie | |||||||||||
| kandelaren | Er moet licht stralen. Kandelaar draagt licht, heft het op. God is licht. | ||||||||||
| gouden | kostbaar, onvergankelijk, heerlijk, schitterend. | ||||||||||
| Jezus had in zijn aardse leven gestalte nog luister. Ook de kerk in de aardse werkelijkheid mist aanzien en | |||||||||||
| smetteloosheid. De voorstelling van de gouden kandelaren moedigt ook aan alle onreinheid weg te doen. | |||||||||||
| Johannes ziet een zinnebeeldige verschijning bedoeld om door ons geestelijk te worden vertolkt. Jezus is hier | |||||||||||
| mensenzoon, middelaar, Christus. Elders in Openbaring zinnebeeldig als "lam" of zittende te paard. Het gaat steeds om | |||||||||||
| symbolen die een geestelijke werkelijkheid aangeven, niet een stoffelijke. Lichamelijk zit Christus aan de rechterhand van | |||||||||||
| de Vader. | |||||||||||
| De Heer in dit zinnebeeld staat of wandelt (zie hoofdstuk 2 vers 1), is klaar voor actie. Er is niet de rust van het zitten aan | |||||||||||
| de rechterhand van de Vader. Maar er is ook geen inspanning, het kleed hangt af tot de voeten, is niet opgeschord, er | |||||||||||
| wacht geen zware arbeid. | |||||||||||
| gouden gordel | Aӓron had een hemelsblauwe, purperen en scharlaken gordel. De Heer is niet alleen | ||||||||||
| hogepriester maar ook koning: priesterkoning geprofeteerd in Zacharia 6 vers 13 | |||||||||||
| De vermaning in de brieven aan de gemeenten tonen ook het ambt van de profeet. | |||||||||||
| omgord aan de borst | Meestal waren de lendenen omgord. Het spreekt van kalmte, rust. Waardigheid. | ||||||||||
| wit als witte wol | Reinheid en heiligheid maar ook eeuwigheid. | ||||||||||
| ogen als vlammend vuur | Alles doorschouwend, reinigend en vernietigend alles wat duister is. | ||||||||||
| voeten als blinkend koper, | Christus loopt door de geschiedenis, maar blijft onbesmet en vertreedt en verbrandt al | ||||||||||
| gloeiend | wat onrein is. | ||||||||||
| stem als geweldige | Machtig indrukwekkend, gezien Daniel 10 vers 6 en Openbaring 14 vers 2 en 19 vers 6 | ||||||||||
| watermassa's | gelijk aan een grote mensenmenigte. Wellicht het spreken van de gelovigen over heel | ||||||||||
| de aarde in heel de geschiedenis. | |||||||||||
| Zeven sterren | Voorgangers (engelen) van de gemeenten die de ambtelijke roeping hebben te zorgen | ||||||||||
| dat de gemeenten licht geven. | |||||||||||
| in zijn rechterhand | Krachtig beschermd en op een ereplaats. | ||||||||||
| tweesnijdend zwaard | Zwaard als teken van macht en bevoegdheid, niet alleen verdediging maar ook aanval. | ||||||||||
| uit zijn mond | Het zwaard is zinnebeeld voor het Woord dat absolute macht heeft. | ||||||||||
| de felle zon | Alles onthullend, geen spoor van leugen, verlichtend, leven gevend. | ||||||||||
| Het totale beeld schildert Christus in volle eenheid en gemeenschap met zijn gemeenten d.w.z. met geheel zijn kerk. | |||||||||||
| God zal alles zijn in allen. Het beeld geeft echter nog niet de volle heerlijkheid van God, waarvoor engelen hun gezicht | |||||||||||
| bedekken (Jesaja 6 vers 2) Het gaat nog om heerlijkheid van de mensenzoon binnen de perken van het mens zijn. | |||||||||||
| als dood voor zijn voeten | Johannes, die de lievelingsapostel van Jezus was en ook bij de verheerlijking op de berg | ||||||||||
| was geweest (Matteus 17 vers 1 tot 9), kan de aanblik toch niet verdragen. Vergelijk de | |||||||||||
| visioenen van Jesaja (6 vers 5) en Daniël (10 vers 5). Johannes viel voorover in | |||||||||||
| gebedshouding, hij werd niet terguggeworpen zoals de soldaten Joh. 18 vers 6). | |||||||||||
| rechterhand op mij | Johannes ontvangt genade en vrede en kracht van de Heilige Geest. | ||||||||||
| der eerste en de laatste | Christus is de eerstgeborene van heel de schepping en in hem is alles geschapen en | ||||||||||
| blijft al het geschapene eeuwig geregeerd in liefde of straf (Colos.1). Christus kan zich | |||||||||||
| alleen zo aanduiden omdat Hij voluit God is. | |||||||||||
| die leeft, dood was, levend | Christus is de levende God en geeft leven. Hij ging echt ten volle dood als mens door | ||||||||||
| tot in eeuwigheid | de zonde die op hem gestapeld was, door de toorn van God. Hij legde het leven vrijwillig | ||||||||||
| af en hernam het ook weer. Hij overwon de dood en liet in de dood de zonde sterven. | |||||||||||
| Nu leeft Hij voor eeuwig als God en mens en zal de gelovigen doen leven ook al zijn | |||||||||||
| ze gestorven (Johannes 11 : 25 - 26). | |||||||||||
| sleutels van de dood en het | Doordat Christus de dood heeft overwonnen kan hij de buit wegnemen; de doden. Hij | ||||||||||
| dodenrijk | heeft de sleutels (beschikkingsrecht) over de dood en het dodenrijk (Hades). | ||||||||||
| Schrijf daarom op | De opdracht om te boekstaven uit vers 11 wordt herhaald nu de autoriteit van de | ||||||||||
| opdrachtgever volstrekt duidelijk is. Voor lezers is hier ook volstrekte opdracht tot | |||||||||||
| ernstig kennis nemen. | |||||||||||
| wat je gezien hebt | Dat zal de hele kerk van alle eeuwen de ernst doen beseffen van de profetie. | ||||||||||
| wat er nu is | De situatie van de kerk in de hoofdstukken 2 en 3. | ||||||||||
| wat hierna zal gebeuren | De profetie over de afwikkeling van de toekomstplannen van de Heer. | ||||||||||