2. Christendom zonder Christus.

Je kunt tegenwoordig gemakkelijk te maken krijgen met mensen die zich zelf christen noemen maar de godheid van Christus, zijn verzoenend leiden en sterven, zijn opstanding, hemelvaart en wederkomst ontkennen. Dat geeft een christendom zonder Christus. Dat is echt belachelijk. Het vertrouwen is dat de goede wil van de mens uiteindelijk alle problemen zal oplossen. Wees dan liever eerlijk en noem jezelf een humanist. Christus volbracht de wil van de Vader in tegenstelling tot Adam. Alleen door Hem kunnen wij worden gered. De Godmens is als tweede Adam voor ons in de plaats getreden. Ieder die in Hem geloofd zal door de Vader als kind worden geaccepteerd en worden herschapen naar het beeld van de Zoon. In de vrijzinnigheid wordt getracht Christus terug te brengen tot een gevoelig, sympathiek mens die voor zijn idealen is gestorven. Wij zouden een voorbeeld moeten nemen aan hem en beter ons best doen om ook goede mensen te worden. Voor een dergelijk medemens kunnen wij wel sympathie opbrengen: wij hoeven ons eigen ik daarvoor niet prijs te geven, geen afhankelijkheid te erkennen.

Het accepteren van een verlosser is immers de doodsteek voor onze oude natuur en wordt dan ook in allerlei toonaarden en denksystemen verworpen. De mens zal het zelf wel doen, net als Adam en Eva. Plaatsvervanging door iemand geeft afhankelijkheid en dat komt de gevallen mens als onverdraaglijk voor. Wij klampen ons vast aan ons zelf. Aanvaard je Christus als verlosser, dan moet je jezelf prijsgeven en alle zelfhandhaving blijkt zinloos (Markus 8 : 34 – 38, Lucas 9 : 23 – 26). De godheid van Christus wordt daarom altijd weer ontkend evenals zijn opstanding. Paulus had daar in zijn tijd ook al mee te maken en heeft er in 1 Cor. 15 duidelijke taal over gesproken.

De mens neemt zichzelf en zijn eigen denken tot norm. Iedere toetsing aan een bron buiten zichzelf ontbreekt daarbij. De natuurwetenschappen worden misbruikt om een godloos wereldbeeld te verdedigen of God te beperken tot een vage oppermacht. Natuurwetenschappen sluiten echter per definitie alle kennis van metafysische aard buiten en zijn daardoor volstrekt ongeschikt om het schepsel een beeld te geven van zijn plaats in het universum. Er zijn tegen een puur stoffelijk mensbeeld weinig logische argumenten aan te voeren want onze logica is menselijke filosofie. Wij worden door de logica van de gevallen mens gedrongen in een cirkelredenering. De logica van God is een heel andere. Geloof draait om het accepteren van waarheden die van buiten de gevallen mens worden aangereikt. Wanneer men deze waarheden gaat toetsen aan het eigen denken is het goed te begrijpen dat men zegt: weg met al die dogma’s. Een dogma is namelijk het naspreken van een geopenbaarde waarheid die niet in het mensenhart opkomt. Het is blij getuigen van een liefdevol gegeven inzicht dat boven ons uitstijgt. De Bijbel geeft ons de meest verrukkelijke vergezichten aangaande de doelen van de scheppende God. Dat stijgt geheel boven ons aarde gebonden denken uit. Bewijzen kunnen niet worden gevonden in de natuur of in ons bedorven hart. Belijdenisgeschriften zijn niet dor maar geven houvast aan het geloofsleven. Dogma’s zijn een soort ijkpunten om de geopenbaarde waarheid in herinnering te roepen wanneer ons zwakke geloof wordt aangevallen. De twaalf artikelen van het christelijk geloof zijn bijvoorbeeld even zo vele dogma’s en herplaatsen de gevallen mens in zijn relatie tot God, in zijn ambt, oneindig in tijd en ruimte.

De moderne westerse mens heeft zijn eigen dogma’s. Die zijn mensgebonden, cultuurgebonden, tijdgebonden. Men streeft er tegenwoordig natuurlijk wel naar ze op de hele planeet te laten accepteren. Een nieuw soort universele wet, los van God.
Het gaat daarbij steeds om de mens, nooit om God. De mens leeft goed wanneer hij handelt naar de idealen van de “rechten van de mens”. De plichten van de mens, vooral tegenover zijn Schepper, worden weggehoond. De mens is volwassen, autonoom, dient zelf zijn toekomst te bepalen. De rechten van de mens berusten echter op de tien geboden van de Schepper. Maak je ze los van deze wortel dan zullen zij ten slotte veranderen tot normen voor de mens van de wetteloosheid, die zichzelf verheft tegen God. Uiteindelijk zal zelfs het doden van mensen (christenen in het bijzonder) als vanzelfsprekend, noodzakelijk en goed worden gezien; immers dat wil satan, mensendoder vanaf den beginne (Johannes 8 : 44). Iets daarvan is al te zien in abortus, euthanasie, het streven van de fundamentele islam. Misschien lijkt het of ik begin te raaskallen. Hoe zou de “wet van de mens” nu de dood van mensen kunnen wettigen. Wij hebben dat echter heus al eerder zien gebeuren in b.v. de tijd van het nationaal socialisme. Duitsland had wellicht de meest ver gevorderde cultuur van alle landen: grote denkers en dichters. Het loslaten van Christus en het daarvoor in de plaats aanvaarden van een “voorzienigheid” leidde dit volk in de kortste keren tot heidendom, magie en massamoord. De illusie dat de mens los van zijn Schepper weerstand zou kunnen bieden aan het kwaad zal in de eindtijd tot werkelijk verschrikkelijke toestanden leiden. De gedachte dat de mens autonoom voor het goede zou kunnen kiezen is immers lachwekkend. Hij kan immers niet eens vaststellen wat goed is. Dat wordt bepaald door de Schepper die als enige de mogelijkheid en de bevoegdheid heeft te bepalen wat goed is. Het handelen van de mens is pas goed wanneer het voldoet aan de doelstellingen van de Schepper. Wanneer men denkt dat er geen doelstellingen zijn, is het dus onmogelijk om een koers te vinden die goed is. Er is in de hele schepping niets dat autonoom is en zeker de rentmeester niet. De tien geboden wijzen de gevallen rentmeester de weg: God liefhebben met heel je hart en je naaste als jezelf. Alleen de Schepper weet hoe het schepsel goed kan functioneren en zonder hem ontstaat er in de ziel van de mens een gapend gat. De satan haast zich om op allerlei wijzen dit gat op te vullen met normen die ons aan hem onderwerpen. Het verwerpen van de wet van God en het vervangen daarvan door de zogenaamde rechten van de mens voeren ons ver van God en drijven ons steeds meer in de armen van zijn tegenstander. Niet dat de huidige gedragsregels op zich geen goede zaken omvatten, maar zij voeren ons weg van de bron van alle leven. Liefde tot de naaste kan alleen maar volgen uit liefde tot God. In de mens zelf is er alleen maar een bron van zelfhandhaving en zelfzucht. Wanneer die tot wasdom komt in de mens van de wetteloosheid, zal blijken dat juist ook de individuele persoonlijkheid van alle mensen volkomen zal worden weggevaagd door de natuur van de mensendoder. Wat in zelfzucht zal worden nagejaagd zal blijken geen vrijheid te geven maar verschrikkelijke slavernij. Leugen en haat zullen alles gaan overwoekeren. De mens kan alleen vrij zijn wanneer hij een gevangene wordt van Jezus Christus die hem dan tot de Vader voert en terug geeft aan zijn heerlijke bestemming. Gelukkig heeft Christus alle macht in de hemel en op de aarde en zal ook in het laatst van de wereldgeschiedenis de wil van de Vader volbrengen en alles nieuw maken.

De wil van de gevallen mens moet worden omgebogen zodat die weer gaat overeenstemmen met de wil van onze Schepper. De Heilige Geest bewerkt dit door de getrouwe prediking van het Woord (Romeinen 10 : 17).
In de postmoderne mens is de weerstand tegen iemand die onze eigen wil zou willen ombuigen vreselijk groot. Dat is zeker al een teken van de naderende eindtijd. De autonome mens maakt zelf wel uit wie hij is en wat hij wil zijn. Zelfhandhaving wordt niet langer gezien als een mankement maar als een verdienste, een teken van geestelijke volwassenheid. De filosofen, psychologen en pedagogen van onze tijd bewerkstelligen dat generaties aan mensen alleen hun eigen wil als norm erkennen. De maatschappij zal daardoor uiteindelijk overal in elkaar storten. Ieder zal doen wat goed is in zijn eigen ogen zoals in de richterentijd. Zelfopoffering en zelfverloochening worden gezien als kenmerken van niet volwaardige mensen die achter gebleven zijn. Alle gezag zal als negatief worden ervaren en verzet oproepen. Wie de krant leest weet dat dit nu al vaak zo is. Matteus 5 schildert ons een mens zoals de Schepper wil en zoals de Zoon ons heeft voorgeleefd. Er is geen tussenweg tussen God en satan. De mens kan niet “los” bestaan. Wie niet voor Christus is, is tegen hem. Wie geen kind van God wil zijn blijft een slaaf van de satan.

“Christendom” dat zich laat sturen door de wensen van de mens is gedoemd mee te werken aan de totale verwording van de mens. De weg die Christus ons wijst gaat tegen de verworden menselijke natuur in en geeft ons de volle vrijheid van de kinderen van God. Wij zullen dan betrokken worden bij zijn scheppingswerk, oneindig in tijd en ruimte. Eindelijk doen wat goed is!