| Openbaring van de Heer Jezus Christus aan Johannes | ||||||||||
| voor de gemeente uitgelegd | ||||||||||
| Dr. S.Geydanus, 1908 | ||||||||||
| Uittreksel anno 2011 | P.Hessel | |||||||||
| Hoofdstuk 4 | verzen | 1 tot 11 | pagina's | 183 tot 204 | ||||||
| Het hemelse troon visioen. | ||||||||||
| De troon van het gericht van God | ||||||||||
| een deur open in de hemel | Johannes mag een blik werpen in de hemel zoals destijds Stefanus | |||||||||
| (Matteus 7 vers 36). | ||||||||||
| stem die eerder had toegesproken | De stem van de engel van de Heer, de heraut, spreekt wanneer de Heer | |||||||||
| zelf niet meer spreekt (Hoofdstuk 2 en 3). | ||||||||||
| laat ik je zien | Zoals in hoofstuk 1 vers 19 wordt zinnebeeldige openbaring aangekondigd. | |||||||||
| op hetzelfde ogenblik | Het bevel maakt dat Johannes direkt in de geest ten hemel vaart. | |||||||||
| een troon in de hemel | Jesaja (6 vers 1), Ezechiel (1 vers 26, 10 vers 1) hadden dit ook al gezien. | |||||||||
| Hier in Openbaring heeft de troon een centrale, beslissende betekenis. De | ||||||||||
| troon is groot: ruimte voor God de Vader, het lam en de vier dieren. Zetel van | ||||||||||
| de allerhoogste Koning. | ||||||||||
| daarop zat iemand | De troon is niet leeg. Er is reeds begonnen met de gerichtsoefening. | |||||||||
| uiterlijk van jaspis en sarder | God mag niet worden afgebeeld en geen gewoon mens kan Hem | |||||||||
| aanschouwen. Johannes ontvangt een beeld van schitterende kleurrijke | ||||||||||
| schoonheid. Jaspis beeld voor teruggehouden heerlijkheid, zodat Johannes | ||||||||||
| kijken kan; Sardes geeft het rood van de brandende ijver van God. | ||||||||||
| rond de troon een regenboog | De trouw van God is onwankelbaar, zijn beloften vast en zeker. De boog is | |||||||||
| cirkelvormig en omgeeft de troon geheel; er is geen einde, de trouw is tot in | ||||||||||
| eeuwigheid. | ||||||||||
| die er uitzag als smaragd | De frisse kleur van jong groen de herschepping belovend | |||||||||
| vierentwintig oudsten | 12 plus 12 symboliserend het gehele oude verbond en het gehele nieuwe | |||||||||
| Speculatie over de personen is niet zinvol. Zij zijn ambtsdragers en geven | ||||||||||
| leiding (kronen). | ||||||||||
| witte klederen | Gereinigd en geheiligd nu geroepen tot deelname in gerichtsoefening. | |||||||||
| bliksemschichten en donderslagen | Symbolen van de werking van Gods kracht en hoogheid. Vergelijk met de | |||||||||
| verschijning op de Sinai. | ||||||||||
| zeven vurige fakkels | Geven de volheid van de werking van de Heilige Geest weer: verlichtend, | |||||||||
| verwarmend, koesterend, vreugde gevend, verbrandend wat onrein is, | ||||||||||
| heiligend, leven gevend. Zeven geeft de onderscheiden werkingen van de | ||||||||||
| Geest waarin de volle genade voor de gemeente ontsloten wordt | ||||||||||
| (1 Cor. 12 vers 8 tot 11, Galaten 5 vers 22 tot 23). | ||||||||||
| zee van glas, van kristal | Uitleg niet eenduidig. Mogelijk symbool voor de reinmakende kracht van het | |||||||||
| bloed van Jezus: kristalheldere glanzende weergave van de volkomen | ||||||||||
| gerechtigheid en heiligheid van Christus. | ||||||||||
| midden voor de troon en er omheen | Dit is geen plaatsbepaling maar geeft de direkte relatie aan. | |||||||||
| wezens | Troongeesten die het volle geschapen leven representeren. Blijkbaar een | |||||||||
| eenheid van Cherubijnen (Ezech. 1 vers 10, 10 vers 12 tot 13) en Serafijnen | ||||||||||
| (Jesaja 2 vers 2 tot 3). | ||||||||||
| vier | Vier symboliseert de gehele aarde (vier windstreken. Vergelijk de vier engelen | |||||||||
| die de vier winden houden (7 vers 1 tot 2, 9 vers 14, 20 vers 8) | ||||||||||
| leeuw, stier, mens en arend | Koning der dieren, vee, hoofd der schepping, kroon van de vogels: | |||||||||
| moed, kracht, verstand, scherpte van blik. In vereniging onovertroffen | ||||||||||
| onverschrokkenheid, vermogen, schranderheid en snelheid van zicht. | ||||||||||
| Samen vertegenwoordigen zij de volheid van het leven op aarde in volle | ||||||||||
| levende vrijheid tot lof en eer van God. | ||||||||||
| zes vleugels | Snelle beweeglijkheid, mogelijkheid tot vrije plaats keuze. Zes geeft de volste | |||||||||
| werkzaamheid en krachtsinspanning aan. | ||||||||||
| vol ogen | Alles wordt gezien, zij dragen kennis van alles in het healal in afhankelijkheid | |||||||||
| van God. | ||||||||||
| dag en nacht | Onophoudelijk, rusteloos, vol activiteit lof prijzend aan God. | |||||||||
| heilig, heilig, heilig | Drievoudige lofzang voor de drie-enige God. Zie ook Jesaja 6 vers 3. | |||||||||
| God, de HEER, de Almachtige, | schepper (Elohim), verbonds God (Jahveh), machthebber (Schaddai) | |||||||||
| die was, die is en die komt | Grieks: Theos, Kyrios, Pantokratoor. Eeuwige en gelijk blijvende God en | |||||||||
| Verlosser. | ||||||||||
| Deze namen worden gezongen door de wezens (4 vers 8), de 24 ouderlingen | ||||||||||
| (11 vers 17), de overwinnaars van het beest en zijn beeld (15 vers 3), het | ||||||||||
| altaar (16 vers 7), de groter schare (19 vers 6). | ||||||||||
| telkens wierpen de 24 oudsten zich neer | Er is eenheid in lofzang van engelen, schepping en gemeente der heiligen. | |||||||||
| leggen hun kransen | Neerwerpen en kranslegging getuigen van totale instemming, aanbidding en | |||||||||
| overgave. | ||||||||||
| alle lof, eer en macht want u hebt alles | De ouderlingen laten een krachtige beverstiging horen op de zang van de | |||||||||
| geschapen, uw wil is de oorsprong | wezens. Zij gaan daarbij dieper, niet alleen dankzegging voor eigen bestaan | |||||||||
| en verlossing, maar ook doorzicht naar de diepste bron: de wil van God. | ||||||||||
| De wezens erkennen God als auteur, de oudsten zien de wezenlijke | ||||||||||
| bestaangrond voor al wat is Hun taak is hoger dan die van de engelen. | ||||||||||