3. Valse mystiek.

Een ander gevaar dat dreigt is de valse mystiek. Het gevoel van de mens zou aangeven hoe het met onze geestelijke relatie staat. Wij zijn immers al een nieuwe schepping en hebben de Geest.
Ons gevoel is echter nog veel onbetrouwbaarder dan ons verstand. Het fluistert ons in wat al in ons leeft. Wij gaan vervolgens een god scheppen naar ons beeld en naar onze gelijkenis en denken dan wellicht ook nog dat wij ons geheel hebben overgegeven aan de Heilige Geest. Wanneer je afgaat op “een goed gevoel” of “lekker in je vel zitten” ben je ongemerkt bezig met jezelf als onderwerp van je geloof. Wij leven in deze wereld voortdurend in strijd met de satan, de wereld en ons eigen vlees. Staakt die strijd dan ga je geestelijk dood.
Onze verlossing is wel met volle vastheid bewerkt, maar vraagt er wel om dat wij duidelijk blijven erkennen dat er in ons zelf geen zaligheid is (Psalm 51). Zoals o.a. in vers 19 wordt verwoord:
    Het offer voor God is een gebroken geest;
    Een gebroken en verbrijzeld hart
    zult u, God, niet verachten
De Heidelbergse Catechismus noemt dit kennis van onze ellende. Dat klinkt postmoderne mensen niet erg positief in de oren. Dat klinkt als het spreken van zwakkelingen in het geloof die moeite hebben hun verlossing te aanvaarden. Dit besef is echter broodnodig om onze verlossing door Christus echt te kunnen ervaren. Ook is het nodig dat wij ons zelf nu in dankbaarheid aan Christus offeren. Hij beschrijft zelf in Matteus 5 tot 7 wat daarvoor nodig is. Klinkt niet erg assertief, lijkt nogal glansloos, is niet spectaculair in mensenoog.

Wanneer wij op meditatieve, mensgebonden wijze proberen greep te krijgen op de Geest, is de kans groot dat die andere geest zich van ons zal bedienen. Vele tendensen in de charismatische beweging evenals in het “New Age” denken zijn levensgevaarlijk. Magie ligt op de loer! De duivel krijgt kansen zich van ons meester te maken.

Matteus 7 : 21 – 23 Niet iedereen die Heer, Heer tegen mij zegt, zal het koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader. Op die dag zullen velen tegen mij zeggen: “Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam demonen uitgedreven, en hebben wij niet vele wonderen verricht in uw naam?” En dan zal ik hun ronduit zeggen: “Ik heb jullie nooit gekend. Weg met jullie, wetsverkrachters”

Christenen moeten niet denken in eigen kracht iets te kunnen doen tegen het kwaad.

Christus zegt ons in Johannes 15 : 5 dat wij zonder hem niets kunnen doen. Wij kunnen pas functioneren als wij ranken zijn van de wijnstok. Wij vinden dit ook al in het Oude Testament: Zach. 4 : 6: Niet door eigen kracht of macht zal hij slagen – zegt de HEER der hemelse machten – maar met de hulp van mijn Geest.

Wij moeten niet denken dat wij ons zomaar kunnen voorzien van die Geest. Die komt alleen door gehoorzaamheid aan het Woord. Je kunt de Geest niet voor jouw karretje spannen, maar je wordt opgeroepen om je dagelijks te bekeren en de Geest te volgen. Hij zal dan je wil buigen (Dordtse Leerregels IV art. 11).
De misleiding door de antichrist zal leugen waarheid doen schijnen en de satan zal zich presenteren als een engel des lichts (2 Kor. 11 : 14).
Dit moet ons niet bang maken. Als wij ons werkelijk beroepen op Jezus Christus en ten volle ons zelf willen verloochenen zal Hij ons redden en tegen de Vader over ons getuigen. Het gaat er dus niet om ons zelf op te werken tot het doen van hoogstandjes die aan onze persoon zijn gebonden. Het gaat om het werkelijk doen afsterven van de oude verdorven mens, zodat de nieuwe mens naar het beeld van Christus daarvoor in de plaats kan komen. Dat kunnen wij niet zelf, maar het zal aan ons worden voltrokken wanneer wij in waar geloof Christus aanhangen en werkelijk trachten te leven naar Gods wil.

In het evangelische denken is er vaak sprake van een eenzijdige belichting van onze verlossing, terwijl het spreken over onze onbekwaamheid tot enig goed als kleingelovig wordt afgedaan. Wij hebben, zegt men, immers de Geest ontvangen. Zelfs kerkenraden van kerken die vroeger de belijdenis geschriften zoals de Heidelbergse Catechismus hoog hielden, schrijven nu brieven waarin zij stellen dat de prediking van “onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad” niet nodig is. Dat zou al in de verlossing begrepen zijn en behoeft geen verdere vermelding. Nu wij verlost zijn speelt dat allemaal niet meer! Dat is de visie van de postmoderne consumptiemens in optima forma.

Natuurlijk wordt de Geest uitgestort in ieder die zich tot Christus wendt. Onze gevallen status wordt daardoor echter niet zomaar ineens opgeheven. Wij verzetten ons heftig tegen wat de Geest ons tracht te leren. Dat is namelijk volkomen vreemd, absoluut nieuw, geheel anders. Om nieuw te worden is er dagelijkse bekering nodig en uiteindelijk zal het pas ten volle aan ons worden voltrokken wanneer wij opnieuw geschapen worden. Wij zijn al wel in principe een nieuwe schepping (2 Kor. 5 : 17), maar denk niet dat dit de strijd wegneemt om één te worden met Christus. Wij moeten daar ons hele leven met alle kracht naar blijven streven, maar belijden tevens dat het ons alleen maar kan worden gegeven. Velen die Paulus citeren uit de brieven aan de Korintiërs vergeten te verwijzen naar wat hij zegt in Romeinen 7., Galaten en Efeziërs.

Is het dan zo dat er in gelovigen nog geen enkele weerklank is in reactie op de liefde van God? Natuurlijk wel! En er is ook een begin van de vrucht van de Geest en er mogen al goede werken zijn. Wanneer je hierover meer wilt weten kun je een preek van Prof. J. van Bruggen lezen

Er zijn zeker ook momenten in het leven van een christen dat er sprake is van volledige overgave aan God, van absoluut vertrouwen, van volle bereidheid. Wee ons echter wanneer wij zouden denken dat niets ons meer kan deren. God is wel betrouwbaar maar wij niet. Hij zal ons nooit in de steek laten, maar wij keren ons altijd weer en op alle terreinen van het leven tegen zijn wil. Doe eens een oprecht spelletje met je zelf. Hoeveel minuten per dag kun je ten volle verklaren dat je één bent met Christus? Dat je jezelf zonder enige reserve heel bewust overgeeft aan Hem, snakt naar de leiding van de Geest, beschikbaar bent om ten volle je eigen wil prijs te geven en alleen die van de Vader na te streven? Bij mij zijn dat gemiddeld eerder seconden dan minuten.

De Bijbel waarschuwt op honderden plaatsen tegen afval, tegen eigenwillige en dus valse godsdienst. We worden opgewekt tot bekering, tot verandering van denken, tot opnieuw richting kiezen, tot werken van dankbaarheid. Er zijn zeker veel Schriftplaatsen die ons oproepen tot actie naar buiten, maar er zijn er veel meer die ons waarschuwen dat er heel actief tegen het eigen hart moet worden gevochten. Op ons pelgrimspad blijven wij daarbij afhankelijk van onze God, die voortdurend ons zal moeten redden van de satan en van ons eigen ik. Het wonderlijke en heel fijne is dat God ons bij onze verlossing betrekt. Hij maakt ons niet nieuw door overweldiging, maar blijft ons lokken tot wij – in kracht van Christus opstanding en door de werking van de Geest– zover zijn dat wij Hem altijd om hulp en redding blijven vragen; met Hem in constante relatie willen staan. Pas aan het einde van onze aardse initiatietijd worden wij definitief herschapen en het kwaad uit ons geheel verwijderd. Wij zijn in dit leven nooit veilig in de haven aangekomen, maar wanneer wij ons op koers laten houden, is de uiteindelijke aankomst zeker.

Tegenwoordig gaan veel mensen graag op hun gevoel af, niet op het spreken van God. Dat deed Eva ook al en Adam idem dito. De mens is van af het begin bedoeld als woonplaats voor de Geest van God. Het spreken van de Schepper is de enige bron waarop wij ons vol vertrouwen kunnen richten. Ons eigen spreken en handelen moeten voordurend worden gevoed door de bron van het leven. Alleen het spreken van God geeft leven. In het paradijs wilden wij eigenlijk liever naar de satan luisteren. Hij leek een heel aantrekkelijk voorstel te hebben, waar voor ons gevoel helemaal niets mis mee was. Wie wil er nou niet als God zijn, dat klinkt juist heel positief, Hij is immers de Algoede? Wij zijn door daar zelf naar te grijpen ontvoerd van ons ambt en verworden tot kinderen van het kwaad. Adam kende het spreken van God maar nam het niet serieus. De tweede Adam, onze heiland Jezus Christus, is gekomen om te tonen dat het uitsluitend luisteren naar de Vader de enige mogelijkheid is om weerstand te bieden aan de satan. Hij geeft de weg die gevolgd moet worden om een kind van God te kunnen zijn: je zelf wegcijferen en de wil van de Vader doen: niet mijn wil maar uw wil geschiedde. Dat klinkt geen van ons aantrekkelijk in de oren. De mens is echter geschapen om de wil van God uit te voeren en alleen dat geeft leven, geluk, blijdschap, ontplooiing. Je wordt daardoor geen slaaf, maar juist van slavernij bevrijd. God wil immers geen slaven, maar kinderen met ieder een eigen persoonlijkheid. Wij kunnen dat alleen worden door ons met absoluut vertrouwen geheel aan Hem over te geven en onze eigen wil en ons eigen ik prijs te geven. Wat ons eigen is, is in feite juist wat ons slaaf maakt van de satan. Het lijden en sterven van Christus, zijn opstanding, de uitstorting van de Heilige Geest geven ons opnieuw toegang tot de Vader. Wij moeten nu echter wel willen luisteren naar God. Wij zijn niet een soort gehoorzaamheidsautomaten. Hij geeft ons de kracht om de goede weg te gaan, maar de satan is in ons nog steeds actief. Alleen de stem van onze God kan ons telkens weer richten. Hij wil bewuste reactie en geeft geen automatische gehoorzaamheid; wij ontvangen zoveel kracht als nodig is, maar moeten onze zaligheid wel met vrezen en beven bewerken (Fil. 2 : 12 - 13). De NGB 2004 vertaling geeft dit veel zwakker weer: Blijf u inspannen voor uw redding. Hoe de oorspronkelijke tekst ook moge luiden, er wordt actie van ons verwacht. We belijden dan tegelijk toch blijmoedig dat het God is die het in ons bewerkt. Wij zitten hier met een voor ons moeilijk te begrijpen schijnbare tegenstelling: moeten wij het nu doen of doet Hij het in ons? Dat is nu echter juist de prachtige relatie van de levende God met zijn schepsel. Hij wil ons ten volle inschakelen maar zonder Hem kunnen wij niets doen. Alleen wanneer wij de liefdesrelatie geheel aanvaarden vloeit de kracht in ons om het goede te doen. Zolang wij niet zijn herschapen in ware gerechtigheid en heiligheid is deze liefdesrelatie grotendeels eenzijdig. Christus heeft Gods liefde volstrekt duidelijk laten zien en de Geest bidt met ons mee, maar ons antwoord blijft in dit leven onvolkomen, blijft haperen. Duidelijk is in ieder geval dat wij altijd opnieuw ons moeten richten op de stem van God. Die komt tot ons in bijbelgetrouwe prediking. Wanneer wij die hebben gehoord en aanvaard gaat de Geest onze wil liefdevol en krachtig buigen. Hij doet dat met een absoluut onbegrijpelijk geduld altijd opnieuw en zeer volhardend zolang wij willen luisteren en telkens van onze dwaalwegen terugkeren. Wanneer wij deze les nu nog steeds niet hebben begrepen zal ons zogenaamde menselijke gevoel ons beslist opnieuw in de macht van het kwaad brengen. Ons gevoel is verminkt evenals ons verstand. Alleen de stem van God die alles schiep kan de mens tot beelddrager maken. De Geest werkt ook niet afzonderlijk, maar verklaart ons wat de Vader wil en wat Christus heeft voorgeleefd en voor ons volbracht.

In de eindtijd zal de satan alles op alles zetten om mensen aan hun bestemming te onttrekken. Geen kinderen van God, maar slaven van de satan. Hij zal daartoe alle macht aanwenden waarover hij beschikt.
Wanneer die dagen niet zouden worden verkort zou niemand weerstand kunnen bieden. Er is maar één moment geweest waarop de inspanning van de satan even groot was: toen Christus ter helle voer en door de Vader alleen gelaten werd. In dit verschrikkelijke lijden heeft Hij glorieus de satan weerstaan en is ten volle gehoorzaam gebleven aan de Vader. Hij had immers de satan kunnen vernietigen, had het gevallen schepsel kunnen ontdoen, maar heeft dat niet gedaan. Zo is Hij ten volle gehoorzaam geweest aan zijn opdracht en zo heeft Hij ook getoond dat het mogelijk is het kwaad te kennen maar om het te verwerpen. De Godmens toont ons dat de mens in levende relatie met zijn God niet hoeft te wijken voor het kwaad. Het unieke was dat Christus op dat moment door God werd verlaten. Ons zal dat, wanneer wij ons aan Christus vastklampen, nooit gebeuren. Hij legde voor ons de basis om werkelijk kind te kunnen worden van God. Hij is de kosmische “stargate” in tijd en eeuwigheid. Hij was echter tevens God en wij zijn dat niet. Wij zijn nu nog vlees, al wel kinderen van God, maar nog niet herboren in ware gerechtigheid en heiligheid. Het vlees is zwak, de dagen worden daarom verkort!

Veel van het charismatische en evangelische gedachtegoed richt zich in feite op de mens en niet op God. Zelfhandhaving en zelfexpressie zijn echter vijanden van ons!

De Bijbel vertelt ons wat de vrucht van de Geest is in Galaten 5 : 22 – 23.
Liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Deze negen typeringen zijn samen blijkbaar vrucht van de Geest. Wij vinden bij deze kenmerken weinig spectaculaire menselijke uitingen. Het lijkt allemaal maar een vrij slome bedoening! Waar blijven de speciale gaven, de bijzondere gebeurtenissen? Hoe kun je daar anderen nu mee aanspreken, welke kracht gaat daar nu van uit? Welke ruimte is er voor onze persoonlijkheid, waar blijft onze participatie? Het spectaculaire zit er echter nu juist in dat gevallen mensen door de werking van de Geest deze 9 kenmerken gaan vertonen. Het ego wijkt voor de Geest, de verkeerde geest voor de Geest van God. Opnieuw verwijs ik hierbij ook graag naar wat onze Heiland in Matteus 5 heeft gezegd. In Filippenzen 2 wordt beschreven wat de gezindheid van Christus is. Als ik mijzelf aan deze schrift gedeelten toets dan komt er schaamrood op de kaken. Het worde ook mij uiteindelijk allemaal gegeven.

In de eindtijd zal er een duidelijke discrepantie blijken te zijn tussen de houding van de mensen en het vertonen van de vrucht van de Geest.

2 Tim.3 : 2 – 5 De mensen zullen egoïstisch zijn, geldzuchtig, zelfingenomen en arrogant. Zij zullen God lasteren, geen ontzag tonen voor hun ouders, ondankbaar zijn en niets heilig achten. Ze zullen harteloos zijn, onverzoenlijk, lasterziek, onbeheerst en wreed. Ze zullen het goede haten en onbetrouwbaar, roekeloos en verblind zijn. Het genot zullen ze meer liefhebben dan God, ze zullen de schijn van vroomheid ophouden, maar de kracht ervan miskennen.

Er zijn gelukkig heel veel evangelische christenen die helemaal niet aan deze beschrijving voldoen. Het is echter goed om te waarschuwen tegen verkeerde tendensen. Veel evangelische ijver wijkt af van wat in Galaten en Filipenzen wordt beschreven. Men beroept zich heel graag op uitspraken van Paulus in de brieven aan de Korintiërs; terwijl die gedaan zijn om juist een verkeerde instelling in die gemeente te beteugelen. Punten die opvallen in deze tijd zijn de wens anderen te leiden zonder daartoe geroepen te zijn, het zoeken naar speciale geestesuitingen, streven naar bijzondere openbaringen, langdurige gebeden van zo groot mogelijke groepen mensen om bepaalde zaken te verwerven, refreinzangen, individueel optreden in de gemeente, uitvoeren van rituelen, mantra’s, contemplatief gebed etc.

Je kunt de Heilige Geest echter niet claimen, niet oproepen, niet hanteren. De bedoeling is juist dat Hij jou, via de prediking van Gods Woord, claimt voor Christus, oproept tot nieuwe gehoorzaamheid, gebruikt als getuige. De Geest is niet onmondig, wil Hij ons in speciale zin inschakelen dan zal dat zeker gebeuren. Wij kunnen het gelukkig niet forceren. Je kunt geen beslag leggen op de Heilige Geest, maar mag bidden dat Hij beslag op jou legt. Wie zijn wij nu eigenlijk? Kunnen wij nog steeds niet gewoon volgen zonder vragen? Het spectaculaire zit in het eenvoudig accepteren van wat God zegt en gewoon streven om te doen wat Hij vraagt. Dat is wat Christus heeft gedaan en voor ons mogelijk zal maken. De nieuwe Mens is volkomen uniek door zijn liefde voor en gehoorzaamheid aan zijn God. Deze gehoorzaamheid is geen slavendienst maar juist daardoor komen wij in volle vrijheid opnieuw, en nu meer ten volle in relatie met de bron van alle leven, tot volle ontplooiing. Adam was niet gehoorzaam en hield meer van zijn vrouw dan van God. Gehoorzamen aan God kan, na onze val, geen enkel mens. Maar de Godmens Jezus Christus kon het wel en heeft dat ook bewezen. Hij is de eerste nieuwe Mens, Zoon van God en zoon van de mensen. Hij heeft ten volle de wil van de Vader volbracht en alleen door Hem kunnen wij tot de Vader komen.

Iedere poging dat zelf te willen bevechten zal maken dat wij opnieuw door satan worden misleid, dat wij het doel van onze schepping nooit zullen bereiken en dat wij in eeuwigheid slaven van satan zullen blijven, bedrijvers van alle kwaad. Pas als onze oude natuur dood is, alle zelfhandhaving verbroken, het laatste verzet weggeruimd, zal God de beslissende scheppingsdaad aan ons voltrekken, ons herscheppen naar het beeld van de Zoon en ons een nieuwe naam geven en een nieuw ambt. Onze bijdrage aan dit proces is voortdurend gebed en innig verlangen naar onze God en het doen van zijn wil. Er ontstaat dan een wisselwerking tussen de Geest en ons, waarbij het grote wonder is dat God ons in wil schakelen bij onze eigen herschepping. Hij breekt onze wil niet, maakt van ons geen dummies. Er komen geen stokken en blokken, maar kinderen. Wanneer wij luisteren naar het spreken van God gaat de Geest met ons in gesprek en buigt onze wil naar de Algoede. Hij overtuigt ons van zonde, verzekerd ons van verlossing en lokt ons tot dankbaarheid. Door onze gebeden te begeleiden geeft de Geest ze ook kracht en daardoor worden wij, oh wonder, ingeschakeld bij de komst van het Koninkrijk. Aan bidden is ook al niets spectaculairs: niet veel woorden en in de binnenkamer (Matteus 6 : 5 – 14). De grootmeester in het bidden heeft ons geleerd hoe wij moeten bidden. Wij bidden dan om de heiliging van Gods Naam, om de komst van zijn koninkrijk, dat zijn wil geschiede en om wat voor ons nodig is om God te kunnen dienen. Zo’n gebed wordt altijd verhoord, de uitkomst is al volstrekt zeker. Is het koninkrijk eenmaal gekomen dan zijn wij pas ten volle medewerkers van God, uitvoerders van zijn wil. Dan vangt het nieuwe leven aan. De satan heeft dan geen macht meer over ons en wij zijn volledig inzetbaar voor onze Schepper, God en Vader.

In het aardse leven zijn wij – in ons zelf – nog toegankelijk voor de grote misleider. Wanneer wij liever ons zelf overgeven aan oosterse meditatie technieken en ons eigen “gevoel” dan aan de verkondigde wil van God, dan kan het heel goed gebeuren dat wij “geestesgaven” krijgen van de tegenstander van God. Natuurlijk zullen dat eerst heel positieve dingen lijken te zijn, doorspekt met Bijbelteksten wellicht, zoals bij de verzoekingen in de woestijn. Het zal lijken of wij speciale goddelijke openbaring hebben ontvangen. Uiteindelijk zal het echter de mens losmaken van Christus en dus ook van de Vader. Deze mens zal door een andere geest worden geleid. Het geloof is uit het Woord dat moet worden gepredikt, gehoord, getoetst aan de hele Schrift, geaccepteerd, gehoorzaamd. De liefde van God voor ons in Christus moet de vlam leveren die ons brengt tot liefde tot Hem. Pas dan wordt het schepsel herenigd met de Schepper en zal tot volle wasdom komen.

In de Bijbel vinden wij voorbeelden van apostelen die zich ten volle hadden bekeerd, maar toch toegankelijk bleven voor de satan. Het bekendst is Paulus die nota bene door Christus zelf uit zijn foute routine werd geplukt en op het nieuwe spoor gezet. Deze Paulus klaagt er herhaaldelijk over dat hij nog last ondervindt in zijn ambtsdienst en in zijn persoonlijke geloofsstrijd (Romeinen 7 : 13 – 25 en Filipenzen 3). Hij ervaart soms op heel speciale wijze het spreken van de Geest, maar belijdt toch dat het kwade wat hij niet wil bij hem aanwezig is. Tegen Petrus wordt door Christus zelf zeer kort na elkaar gezegd dat hij openbaring ontvangen heeft van de Vader in de hemel (Matteus 16 : 17) en dat hij in dienst van de satan spreekt (Matteus 16 : 23). Johannes moet er tweemaal door een engel voor worden gewaarschuwd dat hij alleen God mag aanbidden. (Openbaring 19 : 10, 22 : 8 – 9). Voortdurende waakzaamheid is dus geboden. Misleiding kan zelfs plaats vinden in de naam van Jezus Christus (Matteus 24). De postmoderne mens is een superconsument, altijd eisende, nauwelijks smekend. Misschien komt er op een gegeven moment zelfs wel een “engel uit de hemel” op ons voortdurend roepen om tekenen en ervaringsmomenten, maar wanneer er een andere boodschap klinkt dan het ware evangelie, dan zij hij vervloekt (Galaten 1 : 6 – 9). De nieuwe mens kan alleen maar komen wanneer de oude is afgebroken.