Bidden

Hoe kun je nou bidden wanneer je niet eens zo zeker weet of je wel gelooft dat er een God is? Is dat niet praten in de ruimte? Probeer het nu maar gewoon. De hemelse Vader zit daar met smart op te wachten. Hij wil heel graag een relatie met jou; daarvoor heeft hij je gemaakt. Wanneer je eerbiedig naar hem toe gaat en je beroept op Jezus Christus wordt je nooit weggestuurd. De bijbel zegt dat je jezelf mag wikkelen in de mantel Jezus Christus. God ziet dan niet jou met al je zonden, maar hij ziet jou gehuld in zijn geliefde Zoon. Je hoeft ook nooit alleen te bidden, ook al ben je in je uppie. Wanneer je ernstig bidt dan bidt de Heilige Geest met je mee, dus dat komt altijd over.

Romeinen 8 vers 26:
'Wij weten immers niet wat we in ons gebed tegen God moeten zeggen, maar de Geest zelf pleit voor ons met woordloze zuchten. God, die ons doorgrondt, weet wat de Geest wil zeggen. Hij weet dat de Geest volgens zijn wil pleit voor allen die hem toebehoren".

De Heer Jezus Christus kon natuurlijk ook wel woordloos met de Vader spreken. Om ons te helpen heeft hij ons echter verschillende voorbeelden van gebed gegeven en zelfs een soort basis gebed: het "Onze Vader":

MattŽus 6 vers 9 tot 15:
"Bid daarom als volgt:
  1. Onze Vader in de hemel.
  2. laat uw naam geheiligd worden,
  3. laat uw koninkrijk komen
  4. en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
  5. Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
  6. Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was.
  7. En breng ons niet in beproeving, maar red ons uit de greep van het kwaad."
Een gezongen bewerking van dit gebed geeft gezang 36 uit het Gereformeerd Kerkboek.
Natuurlijk mag je van alles aan je gebed toevoegen. Een vader hoort graag alles wat zijn kinderen bezig houdt en de hemelse Vader beslist ook. Je hoeft je echter niet uit te putten in breedvoerige toelichtingen of herhalingen. Vader weet namelijk al alles van je en weet ook precies wat je nodig hebt. Het gaat er dus vooral om dat je laat merken dat je alles alleen maar van je God verwacht in absoluut vertrouwen. Dat zet de satan buiten spel. Je kunt er natuurlijk geheel zeker van zijn dat God echt voor je zorgen zal. De Heer Jezus heeft erop gewezen dat wij niet bezorgd mogen zijn over voedsel, kleding etc.:

MattŽus 6 vers 31 tot 33:
"Vraag je dus niet bezorgd af: "Wat zullen we eten" of "Wat zullen we drinken" of "Waarmee zullen we ons kleden"- dat zijn allemaal dingen die de heidenen najagen. Jullie hemelse Vader weet wel dat jullie dat alles nodig hebben. Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen erbij gegeven worden".

Het is goed niet alleen voor jezelf te bidden maar vooral ook voor hen die diep in de problemen zitten. Je zult ondervinden dat dan je eigen weg al direkt makkelijker wordt. Er komt dan "vanzelf" ook aandrang om anderen te helpen. Laten wij vooral ook niet vergeten te danken, b.v. voor ons bestaan, voor onze verlossing in Christus Jezus, voor de liefde die hij ons geeft en die wij anderen mogen geven, voor alles wat hij ons beschikbaar stelt en waarmee wij anderen mogen helpen, voor ons vernieuwde rentmeesterschap.

Er wordt afgesloten met het woord "amen". Daarmee spreek je uit dat je zeker weet dat God je gebed heeft gehoord en, wanneer je met je hart gebeden hebt, ook verhoord. Dat wil overigens niet zeggen dat je precies zult krijgen wat je hebt gevraagd. Wel mag je met zekerheid weten dat je leven veilig is in God's hand en dat hij met jou een weg zal gaan die je brengen zal waar hij je zo graag wil hebben: eeuwig gelukkig leven tot zijn eer.

Er zijn vele gebeden van andere christenen die troost kunnen geven wanneer je in de moeite zit b.v het engelstalige "Abide with me". Een nederlandse versie tref je aan als lied 392 in het "Liedboek der Kerken, uitgave 1973". Het is een Engelse christelijke hymne. De tekst werd in 1847 geschreven door Henry Francis Lyte, toen hij met tuberculose op zijn sterfbed lag.

De Engelse tekst bestaat uit acht strofen, de vertaling heeft vijf strofen en volgt grotendeels couplet 1, 2, 6, 7 en 8 van het origineel.
1. Abide with me! Fast falls the eventide;
The darkness deepens: Lord, with me abide!
When other helpers fail, and comforts flee,
Help of the helpless, O abide with me!

2. Swift to its close ebbs out life?s little day;
Earth?s joys grow dim; its glories pass away:
Change and decay in all around I see;
O Thou, who changest not, abide with me!

3. Not a brief glance I beg, a passing word,
But as Thou dwell?st with Thy disciples, Lord,
Familiar, condescending, patient, free,
Come, not to sojourn, but abide, with me!

4. Come not in terrors, as the King of kings;
But kind and good, with healing in Thy wings:
Tears for all woes, a heart for every plea.
Come, Friend of sinners, and thus bide with me!

5. Thou on my head in early youth didst smile,
And, though rebellious and perverse meanwhile,
Thou hast not left me, oft as I left Thee.
On to the close, O Lord, abide with me!

6. I need Thy presence every passing hour.
What but Thy grace can foil the Tempter?s power?
Who like Thyself my guide and stay can be?
Through cloud and sunshine, O abide with me!

7. I fear no foe with Thee at hand to bless:
Ills have no weight, and tears no bitterness.
Where is death?s sting? where, grave, thy victory?
I triumph still, if Thou abide with me.

8. Hold then Thy cross before my closing eyes;
Shine through the gloom, and point me to the skies:
Heaven?s morning breaks, and earth?s vain shadows flee.
In life and death, O Lord, abide with me! Amen.
1. Blijf mij nabij, wanneer het duister daalt.
De nacht valt in, waarin geen licht meer straalt.
Andere helpers, Heer, ontvallen mij.
Der hulpelozen hulp, wees mij nabij.

2. Wees bij mij, nu de dag ten einde spoedt.
Alles verdoft wat glans bezat en gloed.
Alles vervalt in 't wisselend getij,
maar Gij die eeuwig zijt, blijf mij nabij.

3. U heb ik nodig, uw genade is
mijn enig licht in nacht en duisternis.
Wie anders zal mijn leidsman zijn dan Gij?
In nacht en ontij, Heer, blijf mij nabij.

4. Ik vrees geen kwaad, want bij mij is de Heer.
Tranen en leed zijn nu niet bitter meer.
Waar is uw prikkel, dood, wat dreigt ge mij?
Ik triomfeer, mij is de Heer nabij.

5. Houd, Heer, uw kruis hoog voor mijn brekend oog,
licht in het duister, wijs de weg omhoog.
Uw dag breekt aan, de schaduw gaat voorbij.
In dood en leven, Heer, wees Gij nabij.